Toen Huggingface werd aangevallen door AI’s van OpenAI (waarom en hoe is een ander fascinerend verhaal) was de schaal zo groot dat ze op hun eigen AI’s aangewezen waren om de aanval af te slaan. De aanval werd uitgevoerd door 700 AI-agents die samenwerkten (wederom, waarom en hoe is een ander fascinerend verhaal). Dat is alsof 700 uitstekende hackers onuitputtelijk, dag en nacht, samenwerken. Niet gek dat je dan op AI bent aangewezen om gaten te sluiten en de hackers de pas af te snijden.
Na de hack maakten zowel Huggingface als OpenAI uitgebreide logbestanden openbaar van de hack. Om die te analyseren was, wederom, AI nodig om door honderdduizenden regels logs heen te lezen om er chocolade van te maken. Een van de analisten noemde het zelfs ongemakkelijk dat we op AI moeten vertrouwen om het werk van AI te analyseren.
Kijk je door je oogharen heen, dan zie je dat dit heel snel kan gaan. Het is bijna game theory-achtig: als een andere partij AI gebruikt, dan moet jij het ook gebruiken. Omdat die andere partij zo snel kan gaan, zoveel kan analyseren, proberen en uitvoeren, dat je achter staat als je het niet doet.
AI vergroot de complexiteit van de wereld. Activiteiten die eerst niet mogelijk waren kunnen nu wel. Op grotere schaal dan ooit. Om daarop als bijvoorbeeld bedrijf te kunnen reageren, gaat AI sneller dan we denken gemeengoed worden.